|
Wat is PV? | Diagnose PV | Symptomen PV | Behandeling PV
Diagnose PV
Voor het stellen van de diagnose PV moet het volgende gedaan worden:
- Zorgvuldige registratie van klachten en symptomen
- Bloedafname uit de ader in de elleboogholte voor gericht laboratoriumonderzoek
- Beenmergpunctie onder plaatselijke verdoving uit de bekkenkam
- Een beenmergbiopsie uit de bekkenkam
Soms vindt ook een bloedvolumeonderzoek plaats. Hierbij worden de rode bloedcellen radioactief gemerkt om zo het totale volume aan rode bloedcellen (erytrocyten) te meten. Er wordt ook radioactief albumine gebruikt om het plasmavolume te meten. Het bloedvolume (erytrocyten plus plasmavolume) is verhoogd bij PV en bij secundaire erytrocytose. Bloedvolumeonderzoek is veel minder nauwkeurig om PV vast te stellen en niet geschikt om de vroege fase van PV vast te stellen. Bloedvolumeonderzoek is eigenlijk niet nodig als een beenmergbiopsie is uitgevoerd en beoordeeld.
Eerst moet echter worden uitgesloten dat een andere ziekte de veroorzaker van de PV is. Een te laag zuurstofgehalte in het bloed zet het beenmerg aan tot vorming van meer rode bloedcellen. Dit kan voorkomen bij patiënten met een chronische hart- of longziekte, mensen die veel roken en mensen die op grote hoogte wonen. In deze gevallen spreken we van secundaire polycytemie. In zeldzame gevallen kunnen bij lever- en niercysten of nier- en hersentumoren verhoogde erytropoëtinespiegels (EPO) voorkomen, die ook secundaire polycytemie veroorzaken. Hierbij moet de onderliggende aandoening behandeld worden en dan verdwijnt de PV.
De oorzaak van PV is onbekend. Bij PV zonder aanwijsbare oorzaak zijn de erytropoëtinespiegels verlaagd. Bij 97% van de PV-patiënten is de JAK2-genmutatie aanwezig. Een JAK2-test kan zinvol zijn voor nadere classificatie en behandeling.
Laatste aanpassing: 9 januari 2011
|