A- A A+

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation

Om de diagnose MF te kunnen stellen, wordt het volgende gedaan:

  • Zorgvuldige registratie van klachten en symptomen
  • Lichamelijk onderzoek
  • Bloedafname uit de ader in de elleboogholte voor gericht laboratoriumonderzoek
  • Beenmergpunctie onder plaatselijke verdoving uit de bekkenkam
  • Beenmergbiopt uit de bekkenkam

Lees meer over beenmergpuncties en beenmergbiopten

Kenmerkend voor de klassieke MF is dat bij een beenmergpunctie de beenmergcellen moeilijk of niet op te zuigen zijn met een spuit. Dit verschijnsel wordt ‘dry tap’ genoemd. De beenmergcellen zitten dan vast in het toegenomen bindweefsel van het beenmerg. Vaak wordt ook een echo of scan van de buik gemaakt om te kijken of de lever en milt vergroot zijn. In het bloed van patiënten met een MF zijn karakteristieke traandruppelcellen aanwezig, wat een typische afwijkende vorm cellen is bij deze ziekte.

De diagnose van MF kan met name in de vroege, zogenoemde prefibrotische fase lastig zijn. Er is dan nog geen fibrose in het beenmerg aanwezig. Bij ongeveer 50% van de MF-patiënten blijkt de JAK2-mutatie aanwezig te zijn. Daarom is onderzoek naar de JAK2-mutatie een vast onderdeel van de MF-diagnostiek. Tevens is het sinds 2014 ook mogelijk om te testen op de aanwezigheid van de CALR mutatie, als de JAK2 mutatie niet wordt gevonden.


Bron: Richtlijn Primaire Myelofibrose 2015, Nederlandse Vereniging voor Hematologie (link)

Ga naar boven