A- A A+

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation

De behandeling van MF is gericht op het verlichten van symptomen en daarmee het verhogen van de kwaliteit van leven. De behandeling is per patiënt verschillend. Aanvankelijk is er vaak een afwachtend beleid. Men houdt de patiënt goed in de gaten door regelmatig bloedcontroles uit te voeren. Daarnaast wordt getracht bij patiënten in de vroege fase van MF te voorkomen dat er trombose ontstaat door het overschot aan bloedplaatjes. Carbasalaatcalcium (Ascal®) of acetylsalicylzuur (Aspirine®) zijn daarvoor de aangewezen middelen. De richtlijn voor de behandeling van MF is verder opgedeeld in het behandelen van de verschillende symptomen, zoals bloedarmoede, nachtzweten, jeuk, botpijn en bloedvorming buiten de normale plaatsen in het beenmerg, bijvoorbeeld in de milt, lever of in botten. De combinatietherapie van thalidomide (Softenon®, Thalomid®) of lenalidomide (Revlimid®) (immuunmodulerende middelen) met prednison kan bijvoorbeeld bloedarmoede tegengaan en de milt verkleinen. De nieuwste potente groep medicijnen ter bestrijding van de symptomen van MF zijn de zogenaamde JAK2-remmers, waaronder Ruxolitinib® en Pacritinib® vallen.

Bij een te hoog aantal witte bloedcellen en/of bloedplaatjes is het wenselijk medicijnen te gebruiken om te proberen progressie en complicaties te vermijden. Interferon-alfa (Pegasys®, PegIntron®) en hydroxycarbamide (Hydrea®) kunnen de verhoogde aanmaak van bloedcellen bestrijden, miltvergroting tegengaan of zelfs de miltgrootte verkleinen.

Bij ernstige klachten door een sterk vergrote milt kan miltverwijdering (splenectomie) worden overwogen. Bij MF kan, afhankelijk van het risicoprofiel, ook een stamceltransplantatie worden overwogen.

Lees meer over specifieke medicijnen en behandelingen


Bron: Richtlijn Primaire Myelofibrosis 2015, Nederlandse Vereniging voor Hematologie (link)

Ga naar boven