A- A A+

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation

Als u de mening van een tweede arts wilt

In de gezondheidszorg kunt u een tweede mening vragen, beter bekend als een ‘second opinion’. Een andere arts dan uw eigen arts geeft dan zijn mening over uw diagnose of behandeling. Het doel hiervan is om zoveel mogelijk zekerheid te krijgen over een diagnose of behandeling, en om twijfel te verminderen. Het is echter niet de bedoeling dat de ‘tweede arts’ de behandeling overneemt.

Waarom zou u een second opinion aanvragen?

Wanneer u te horen krijgt dat u een ernstige ziekte hebt, of dat uw ziekte verslechtert, gaat dat vaak gepaard met heftige emoties. Soms maken die u verdrietig of angstig. Uw arts draagt meestal al snel een behandelplan aan. Maar de vraag is: bent u er al aan toe? Raadzaam is om – zo mogelijk – de tijd te nemen om een beslissing te nemen. Vraag bijvoorbeeld om een vervolgafspraak als u niet meteen kunt beslissen. Geef uzelf de kans om de zaken op een rij te zetten. Verzamel informatie bij uw arts, uw huisarts, andere patiënten, familie en vrienden. Blijft u ernstig twijfelen over een beslissing, diagnose of een voorgestelde behandeling, dan kunt u overwegen een second opinion aan te vragen. Zo’n second opinion heeft alleen zin wanneer uw behandelend specialist vragen over uw diagnose, ziektesituatie of behandeling niet of onvoldoende kan beantwoorden.
Het is zeker niet nodig om voor elke diagnose of behandeling een second opinion aan te vragen. U kunt er in het algemeen van uitgaan dat u goede hulp en adviezen krijgt van uw behandelend specialist. Wanneer uw ziektesituatie duidelijk is en de behandeling bevredigend, dan is er geen reden om een second opinion aan te vragen.
Iedere patiënt heeft wettelijk recht op een second opinion. Bij zeldzame ziektes, waar myeloproliferatieve ziekten (MPN’s) onder vallen, komt het vragen van second opinions relatief vaker voor dan bij veelvoorkomende aandoeningen. Overigens kan het ook de behandelend arts zijn die voorstelt dat hijzelf een collega raadpleegt of aan u het voorstel doet om voor een tweede mening een andere arts te bezoeken.

Bespreek uw twijfels eerst met uw eigen arts

Degene die een second opinion geeft, neemt de behandeling niet over. Daarom is het belangrijk dat u met uw eigen arts vooraf bespreekt dat u een second opinion wilt vragen. Sommige mensen vatten een second opinion op als een vertrouwensbreuk met hun eigen arts en vinden het daarom moeilijk om zo’n tweede mening te vragen. Bedenk echter dat veel artsen de vraag om een second opinion gewend zijn. Zij begrijpen dat u over een moeilijke beslissing echt goed wilt nadenken. Het is te allen tijde goed om, in alle openheid, de onzekerheid die u heeft op tafel te leggen en te vragen naar alternatieven.
Vaak komen patiënt en arts er samen wel uit: wel of geen second opinion. In het eerste geval kunnen zij samen bepalen welke andere arts voor een second opinion het meest geschikt is. Vaak verwijst uw arts dan naar een arts die gespecialiseerd is in de betreffende ziekte, in ons geval MPN’s.
Soms werkt uw eigen arts niet mee bij het aanvragen van een second opinion. Bedenk dan dat iedere patiënt wettelijk recht heeft op een second opinion, en dat de patiënt niet afhankelijk is van de medewerking van de eigen arts. Werkt uw specialist niet mee aan een second opinion, dan kunt u uw huisarts om een doorverwijzing vragen voor een second opinion. Volledigheidshalve: de andere arts die wordt geraadpleegd geeft zijn of haar mening, maar zal de behandeling in principe niet overnemen!

Het gesprek

Als u een arts heeft gevonden die u een second opinion wil geven, dan stuurt uw eigen behandelend specialist alle belangrijke medische documenten naar deze arts door. Het kan zijn dat voor deze arts de gegevens uit uw medisch dossier voldoende zijn om zijn oordeel of advies te kunnen geven. Meestal zal hij de mogelijke behandelingen met u willen bespreken. Soms zal hij voor aanvullende informatie contact met uw eigen arts willen opnemen. Tips voor het gesprek vindt u in het kader bij dit artikel.

Tips voor het gesprek

Krijgt u een second opinion? Bereid u goed voor op het gesprek!

  • Maak een lijstje met de vragen die u zeker wilt stellen en let er ook op dat ze allemaal worden beantwoord.
  • Vraag om meer uitleg als u iets niet begrijpt.
  • Neem gerust een familielid of goede bekende mee. Twee personen onthouden meer dan één.
  • Zet na afloop de belangrijkste punten nog eens op papier.
  • Vraag of u de arts achteraf mag bellen als u nog vragen heeft.

Hoe nu verder?

U heeft een second opinion gekregen. Een deskundige heeft zijn mening gegeven over uw diagnose of behandeling. Als deze second opinion dezelfde is als die van uw eigen arts, kan dit u geruststellen. Maar wat als ze beiden een ander advies geven? Dan zult u een keuze moeten maken voor één van de voorgestelde behandelingen. Kies dan de behandeling waar u het meeste vertrouwen in heeft. Om een keuze te maken kunt u onderstaande vragen gebruiken (indien van toepassing op uw situatie):

  • Hoeveel ongemak geeft de behandeling?
  • Hoe pijnlijk is de behandeling?
  • Hoeveel is bekend over de kans van slagen?
  • Is met de methode uitgebreid ervaring opgedaan?
  • Worden de nieuwste technieken gebruikt?
  • Hoe lang gaat de behandeling duren?
  • Krijgt u van de behandelaar goede ondersteuning?
  • Staat de behandelaar open voor uw vragen?
  • Heeft u vertrouwen in de behandelaar?
  • Vergoedt uw zorgverzekeraar de behandeling?

Uiteindelijk neemt u zelf de beslissing. In principe blijft u onder behandeling van uw eigen behandelaar.

Is collegiaal overleg ook een soort second opinion?

Indien u uw twijfels naar voren brengt tijdens een gesprek met uw behandelend specialist en vraagt naar de mogelijkheden voor een second opinion, geven specialisten vaak aan dat er al nauw overleg plaatsvindt met andere specialisten (eventueel in andere centra). Bij ernstige twijfels heeft het echter nog steeds zin om een second opinion door te zetten. De ervaring leert namelijk dat het spreken over een patiënt die de specialist nog nooit heeft gezien tot een andere uitkomst kan leiden dan wanneer een specialist u als patiënt zelf ziet en uw verhaal en klachten aanhoort. Tijdens collegiaal overleg moet de tweede specialist het doen met de gegevens die door de behandelend specialist worden verstrekt. Mogelijk interpreteert de ene arts bepaalde situaties anders dan de andere. Ook kan het zijn dat aanvullende onderzoeken nieuwe gezichtspunten opleveren.

Wordt een second opinion vergoed?

De vergoeding van de kosten van een second opinion op verwijzing van uw behandelend arts is doorgaans geen probleem. Als u zelf een second opinion regelt, kunnen aan de vergoeding bepaalde voorwaarden zijn verbonden. Neem over de voorwaarden contact op met uw zorgverzekeraar of kijk in uw verzekeringspolis. Hoe vaak u recht heeft op vergoeding van een second opinion hangt af van uw persoonlijke situatie. Het is niet waarschijnlijk dat u de kosten vergoed krijgt als u een serie behandelaars voor een second opinion raadpleegt.

De MPN Stichting kan u helpen

De MPN Stichting verstrekt namen van artsen die deskundig zijn op het gebied van MPN’s. Afhankelijk van uw vraagstelling en problematiek bekijken we bij welke specialist u het beste terecht kunt, ook houden we rekening met uw woonplaats. U kunt het beste contact opnemen via het telefonisch lotgenotencontact van de MPN Stichting of via e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Kijk voor de bereikbaarheid van de lotgenotentelefoon op de website of achterin de Pur Sang.

ERVARINGSVERHALEN:

Second opinion: ervaring van patiënten

Jan Meijer, PV-patiënt
“Vanwege vermoeidheidsklachten kwam ik via mijn huisarts bij mijn internist. Die stelde al snel de diagnose essentiële trombocytemie (ET) of polycythaemia vera (PV). Mijn internist schreef mij hydroxycarbamide (Hydrea® ) voor. Vanwege de zeldzaamheid van deze ziekte, mijn leeftijd en de voorgeschreven medicatie leek het mij goed een hematoloog te raadplegen die zich in myeloproliferatieve ziekten had gespecialiseerd.
Ik heb dit vooraf niet met mijn behandelend arts overlegd. Ik heb zelf telefonisch de afspraak met de tweede arts geregeld. Wel had ik nog een verwijzing van mijn internist nodig; dit was geen probleem. Mijn behandelend internist reageerde heel positief. De verwijzing was geen enkel probleem, alle gegevens werden keurig naar het tweede ziekenhuis gestuurd.
De arts die de second opinion uitvoerde had dezelfde diagnose: PV. Mijn bloedwaarden konden volgens hem worden gestabiliseerd via aderlaten. Met hydroxycarbamide kon ik stoppen.
Mijn eigen internist raadde mij vervolgens aan bij een hematoloog onder behandeling te blijven. Het was echter niet de bedoeling dat de arts die de second opinion gaf, de behandeling overnam. Mijn internist vond een goede hematoloog in een academisch centrum waar ik sindsdien onder behandeling ben.”

Harriët Bakker, MF-patiënte
“In mei 2007 kreeg ik te horen dat mijn PV definitief was overgegaan in MF. Met mijn behandelend hematoloog heb ik gesproken over een eventuele stamceltransplantatie. Op dat moment was ik 64 jaar en volgens hem te oud voor een stamceltransplantatie.
Het voorstel om een second opinion te vragen, kwam van mijn arts. Hij vond het namelijk ook zelf belangrijk om een 2e mening te horen. De second opinion vond plaats in een ander UMC. Mijn arts heeft die afspraak destijds zelf voor mij gemaakt. De diagnose en behandelvoorstellen waren eensluitend: gelet op mijn leeftijd geen stamceltransplantatie. De kosten zijn vergoed door de verzekering. Ik heb er verder nooit vragen over gehad.
In 2008 informeerde de MPN Stichting – zowel op de website als in Pur Sang – over de studie met Ruxolitinib. Mijn behandelend arts heeft op mijn verzoek contact opgenomen met een ander ziekenhuis dit betrokken was bij deze studie, om te informeren of ik aan deze studie zou kunnen meedoen. Voor verder onderzoek ben ik naar dit ziekenhuis gegaan. Ik mocht toentertijd niet deelnemen, omdat mijn bloedwaarden niet binnen het door de fabrikant gestelde kader vielen.
Toen het medio 2011 steeds slechter met mij ging en ik eigenlijk was uitbehandeld, heb ik mijn specialist opnieuw verzocht om contact om opnieuw te informeren bij het andere ziekenhuis of zij nog mogelijkheden voor mij zagen. Het bleek dat de fabrikant het middel Ruxolitinib, dat nog niet door de verzekering wordt vergoed, inmiddels gratis ter beschikking stelde aan hen die dit nodig hadden (“compassionate use program”).Gelukkig kwam ik hiervoor in aanmerking en ik ben vervolgens patiënt geworden in het dit ziekenhuis.”

Dolf van den Berg, MF-patiënt
“In oktober 2011 kreeg ik de diagnose MF. Het was in een vergevorderd stadium. De levensverwachting was nog 1 jaar. Samen met de arts besloten we vrijwel direct tot het in gang zetten van een stamceltransplantatie. Deze zou op 13 februari 2012 gaan plaatsvinden, maar moest worden afgeblazen. De dag ervoor kreeg ik namelijk hoge koorts. Ik had een bacteriële infectie. Na zeven weken ziekenhuisopname, waarvan twee op de Intensive Care, kreeg ik de opdracht om eerst aan te sterken. Tijdens het aansterken bleek bij een reguliere controle bij mijn hematoloog dat mijn bloedwaarden nog steeds te laag waren, maar toch iets gestegen. In augustus 2012 kwam van mijn hematoloog dan ook het voorstel om de stamceltransplantatie uit te stellen.
Dit voorstel kwam bij mijn vrouw en mij in eerste instantie raar over. We waren immers altijd bezig geweest met behandelingen (stamceltransplantatie) om beter te worden en met dit voorstel zou ik ziek blijven. Zo compleet anders en met hele grote consequenties. Na een goed gesprek over onze vragen en twijfels stelde onze eigen arts voor om een second opinion te vragen. Deze arts kwam tot hetzelfde advies, uitstel is de beste optie. Hij gaf daarbij dezelfde argumentatie als onze eigen arts. Gelukkig zaten we na de gesprekken op één lijn en is de stamceltransplantatie uitgesteld. De verwachting van de hematologen is wel dat deze met 1 of 2 jaar alsnog zal moeten plaatsvinden. Er is bij de verschillende gesprekken ook gebruik gemaakt van een protocol met objectieve criteria waaraan je moet voldoen om voor een stamceltransplantatie in aanmerking te komen. Dat hebben we als erg prettig ervaren.
Mijn tip voor andere patiënten is: ga alle gesprekken met je arts in als een gelijkwaardige, dan bereik je het meeste. Bereid je goed voor. Houd zelf de regie over je eigen leven en praat over je twijfels en vraag evt. een second opinion.”

Second opinion: ervaringen van specialisten

dr. Cecile Idink, internist-hematoloog Ziekenhuis Zeeuws-Vlaanderen
“Als een patiënt van mij een second opinion wil van een andere specialist, dan zal ik over het algemeen deze vraag honoreren. De patiënt is onzeker over mijn diagnose of behandeling. Wij zijn een streekziekenhuis, en sommige patiënten willen graag de mening van een specialist uit een academisch centrum. Ik zal ze dan adviseren waar ze naartoe kunnen gaan en ze daarvoor de benodigde papieren meegeven.
Ik heb zelf ook weleens aan een patiënt voorgesteld om een second opinion aan te vragen. Soms zijn er ziektebeelden waar de behandeling niet eenduidig is en die weinig voorkomen. Dan vraag ik graag advies. Meestal krijgen we dan advies waar we verder mee kunnen. De patiënt blijft dan onder mijn behandeling. Soms blijkt academische behandeling echter wel nodig.
Soms komen patiënten bij mij voor een second opinion. Ook dit komt meestal voort uit twijfel over de juistheid van de voorgestelde behandeling of soms uit onvrede met de diagnose. Ik kijk hier dan serieus naar en doe eventueel nog wat aanvullend onderzoek. Gedane onderzoeken doe ik niet opnieuw.”

Dr. Reinier Raymakers, internist-hematoloog UMC Utrecht (lid medische adviesraad MPN Stichting)
“In het academisch ziekenhuis zien we veel patiënten voor een second opinion. Ik vind het belangrijk dat de eigen specialist geïnformeerd is over de second opinion. De relatie met de eigen specialist wordt anders verstoord; niet alleen de arts-patiëntrelatie maar ook de onderlinge relatie tussen specialisten. Daarnaast is het voor een goede tweede mening een vereiste dat alle informatie over eerdere onderzoeken en behandelingen beschikbaar is. Doordat je een patiënt zelf ziet, krijg je een beter beeld van de problematiek dan indien deze wordt besproken via de telefoon of e-mail. In mijn ervaring levert een second opinion vaak nieuwe adviezen op; ik sluit dit ook altijd direct kort met de eigen specialist zodat er een eenduidig beleid ontstaat. Second opinions worden ook altijd in ons team besproken, zodat we een zo gefundeerd mogelijk advies kunnen geven.”

Bron: Pur Sang, 10-1, April, 2013

Ga naar boven