A- A A+

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation

Wat is Interferon- ɑ en hoe werkt het?
Interferon-α bevat interferon, dat lichaamseigen is. Normaal wordt Interferon geproduceerd door witte bloedcellen om virussen en bacteriën aan te vallen, en tegelijkertijd remt het dan de celdeling. Vanwege dit laatste kenmerk is Interferon ook effectief bij de behandeling van MPN. Interferon- ɑ is bekend onder de merknamen Pegasys® en PegIntron®. Er zijn verschillen tussen deze twee merken. Bij beide middelen is een zogenaamd polyethyleenglycol (PEG) molecuul is vastgemaakt aan het Interferon molecuul, waardoor het langer en gelijkmatiger in het bloed aanwezig blijft. Echter, bij Pegasys® is dit PEG-molecuul groter dan bij PegIntron®. Patiënten ervaren daarom met Pegasys® doorgaans minder bijwerkingen dan met PegIntron®.

Wanneer wordt Interferon-ɑ gebruikt?
Interferon-ɑ wordt voorgeschreven bij ET en PV patiënten indien behandeling met alleen acetylsalicylzuur (Aspirine®) of carbasalaatcalcium (Ascal®), en aderlaten bij PV, niet meer volstaat. Het risico op stolsels en bloedingen moet dan worden ingeperkt door ook het aantal bloedcellen te verlagen. Vaak wordt Interferon-ɑ gecombineerd met Aspirine® of Ascal®.
Bij Myelofibrose wordt Interferon-ɑ gebruikt als het aantal witte bloedcellen en/of bloedplaatjes te hoog is. Ook kan het jeuk verminderen, en miltvergroting tegengaan.

Hoe neem ik Interferon-ɑ in, en wat kunnen de bijwerkingen zijn?
Interferon-α wordt met een injectiespuit toegediend. Het kan helaas wel forse bijwerkingen hebben, zoals griep, koorts en vermoeidheid. Bijwerkingen worden na verloop van tijd vaak minder. Om de bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen is het van belang om bij Pegasys® met een lage startdosis van 45mcg te beginnen. Indien dit niet voldoende blijkt om de bloedwaarden te verlagen, kan de dosis langzaam worden verhoogd zodat het lichaam kan wennen. Er zijn ook patiënten die geen bijwerkingen ervaren.

Bronnen:
Richtlijn Polycythemia Vera 2011, Nederlandse Vereniging voor Hematologie
Richtlijn Essentiele Trombocythemie 2011, Nederlandse Vereniging voor Hematologie
Richtlijn Primaire Myelofibrosis 2015, Nederlandse Vereniging voor Hematologie
Finelli C., Am J Hematol 43:316-8 (1993)
Quintas-Cardama A., J Clin Oncol. ; 27(32): 5418-24 (2009)
Silver, R.T., Expert review of hematology 6, 49-58 (2013)
L, Dupriez B., Br J Haematol ; 162(2):783-91 (2013)

 

 

Ga naar boven